Terug naar Nieuws

Kabels en leidingen moeilijk uit elkaar te houden

02-02-2024 10:10

"Groeidocument laat zien wat in de grond ligt"

In de grond liggen honderden verschillende soorten kabels en leidingen voor gas en elektriciteit. Het is voor de netbeheerders al moeilijk om ze te herkennen, laat staan voor grondroerders. Dit kan tot levensgevaarlijke situaties leiden. Yvonne de Rijck van brancheorganisatie Bouwend Nederland bespreekt met Jan Koopman van netbeheerder Stedin hoe we de risico’s kunnen inperken. 

Yvonne de Rijck en Jan Koopman zijn beiden lid van het Kabel en Leiding Overleg (KLO). De deelnemende partijen in dit overleg beheren en leggen jaarlijks vele soorten en maten kabels en leidingen aan. Samen werken zij aan het verbeteren van de veiligheid en het verminderen van het aantal graafschades. 

Yvonne: “Hoe komt het dat er zoveel soorten en maten kabels en leidingen in de grond liggen?”

Jan: “Die verscheidenheid is ontstaan omdat er vroeger veel kleine energiebedrijven waren die ieder voor zich bepaalden wat ze in de grond stopten. Daarnaast voerden de leveranciers regelmatig wijzigingen door en zijn er nieuwe richtlijnen opgesteld over de kwaliteit van kabels en leidingen.”

Gepantserde papier loodkabels

Yvonne: “Om veilig te graven is het belangrijk dat je weet wat de risico’s zijn. Daarvoor moet je dus kabels en leidingen kunnen herkennen. Hoe moeilijk is dat?"

Jan: “Het is voor onze eigen monteurs al moeilijk om sommige kabels en leidingen te herkennen, laat staan voor een grondroerder die bijvoorbeeld wegen aanlegt. Neem nou de gepantserde papier loodkabels in Rotterdam. Het is bijna onmogelijk om te bepalen van wie zo’n kabel is. Het kan een wisselstroomkabel zijn van Stedin, een gelijkstroomkabel van de RET of een kabel van KPN. Dit geldt ook voor asbestcementleidingen. Deze zijn gebruikt voor (drink)water en gas en dienen nu soms als mantelbuis. Tussen 1990 en 2000 zijn er ook veel buizen in de grond gelegd voor telecom. En nu wordt heel Nederland versneld voorzien van glasvezelnetten, vaak één maar in sommige plaatsen al vier, met evenzovele kleuren.” 
 
Yvonne: “Kortom, onder de grond is het een wirwar van soorten, maten en kleuren. Zijn er standaarden voor het gebruik van kabels en leidingen in de ondergrond?”

Jan: “Er zijn vrijblijvende afspraken gemaakt, maar daar wordt soms van afgeweken vanwege materiaaltekorten of omdat de standaardleverancier door zijn voorraden heen is. Netbeheerders proberen wel afspraken te maken over standaardiseren maar zolang dat geen verplichting is, kunnen er soms andere kleuren, materialen en diameters gebruikt worden.”
 
Yvonne: “Je kunt toch met de KLIC-informatie zien wat er in de grond zit?”

Jan: “Vaak wel, als je weet hoe je de gegevens zichtbaar moet maken. We zien dat veel gebruikers niet weten hoe ze annotaties in een KLIC-viewer kunnen zien. Onze preventiemedewerkers geven hier vaak instructie over. Bovendien bevat de KLIC niet altijd alle informatie die je als grondroerder nodig hebt: omdat ze bij de netbeheerder niet bekend zijn, omdat de gegevens (nog niet) meegeleverd worden of omdat sommige bedrijven data niet willen delen vanwege de concurrentie. Hierdoor is het nog belangrijker om al in het voortraject de juiste informatie te verzamelen. Dit doe je door overleg met netbeheerders en door te lokaliseren volgens de CROW500.
Standaardisatie en het verstrekken van juiste en volledige informatie van aanwezige kabels en leidingen, zorgt voor een juiste risico-inschatting. Als je informatie mist, neem dan contact op met de netbeheerder. Baseer het project niet op aannames, want dan verplaats je het risico van voorbereiding naar uitvoering.”
 
Yvonne: “De meest gemaakte fout is aannames doen om het werk te starten of af te ronden. Zo hoorden we onlangs het verhaal van een geroutineerde monteur water die bij waterwerkzaamheden een laagspanningskabel aanboorde met geïsoleerd gereedschap en daarbij het leven liet.

Welk advies kunnen jullie de grondroerder nu al geven?

Yvonne: “Bouwend Nederland heeft samen met Stedin het idee opgepakt om een tipje van de sluier op te lichten en een Groeidocument te ontwikkelen waarin de meest voorkomende kabels en leidingen staan. Als eerste voor Elektra en Gas. KPN heeft al toegezegd hun kennis te delen en we rekenen erop dat ook de warmtebedrijven en de beheerders van waterleidingen en rioleringen zullen aansluiten. Een eerste versie van het Groeidocument staat op de site van het KLO. Via deze Link kun je het document downloaden.”
 
Jan: “Ben je niet zeker van je zaak, neem dan contact op met de betreffende netbeheerder. Doe dit ook al tijdens de voorbereiding! De netbeheerder kan je op afstand helpen bij het lokaliseren en de uitvoering, bijvoorbeeld met (goede) foto’s en Whats-app videobellen. Lukt dat niet, dan kun je soms ook een expert langs laten komen.”

Doorslijpen

Yvonne: ”Let ook op bij het doorslijpen van kabels of leidingen die buiten bedrijf lijken te zijn. Ga er altijd vanuit dat ze nog in bedrijf zijn. Alleen als je de kabel of leiding ononderbroken van begin tot eind vrij ziet liggen, kun je ervan uitgaan dat de kabel of leiding buiten bedrijf is.
Dit geldt ook voor mantelbuizen of buizen die als mantelbuis zijn gebruikt. Ook al staan ze als leeg op de KLIC-info: ga daar nooit vanuit. Er kunnen kabels of leidingen in liggen of zelfs mediavoerend zijn.”
 
Jan en Yvonne: “Veilig graven is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van initiatiefnemers, grondroerders, netbeheerders en beheerders van de openbare ruimte. Als KLO willen we graag iedereen in de graafketen helpen om graafschades te voorkomen. Heb je hulp nodig of wil je juist helpen met het Groeidocument, neem contact op via info@kabelenleidingoverleg.nl!’

Groeidocument

Voor iedereen die graaft heeft het KLO een Groeidocument ontwikkeld, met daarin aanwijzingen hoe je kabels en leidingen kunt herkennen. Dit document vind je onder de hulpmiddelen op deze website. 


Over het KLO

Het KLO is een kennis- en samenwerkingsverband van netbeheerders, grondroerders, beheerders openbare ruimte, ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Kadaster, Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI voorheen Agentschap Telecom ofwel AT) en CROW. Het KLO zet zich in om ervoor te zorgen dat je daadwerkelijk weet wat zich onder de grond bevindt.

Jan Koopman
Jan Koopman: "Het is voor onze eigen monteurs al moeilijk om alle kabels en leidingen te herkennen, laat staan voor een grondroerder die wegen aanlegt"
Yvonne de Rijck
Yvonne de Rijck: "Om veilig te graven is het belangrijk dat je weet wat de risico’s zijn. Daarvoor moet je dus kabels en leidingen kunnen herkennen"