Opdrachtgevers maken het verschil
Onduidelijkheid tussen opdrachtgever en grondroerder heeft soms grote gevolgen. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) liet dit zien tijdens vijf bijeenkomsten voor honderden deelnemers uit overheid, netbeheer en aannemerij.
Tijdens de bijeenkomsten kwamen herkenbare praktijkvoorbeelden voorbij. Het begint ogenschijnlijk netjes: de opdrachtgever spreekt met de grondroerder af dat die de graafmelding verzorgt. Tegelijk maakt de opdrachtgever zelf afspraken met de netbeheerder over extra voorzorgsmaatregelen, omdat er een risicovolle leiding in de buurt ligt. Alleen bereikt die informatie de uitvoerende partij niet. Terwijl de planning strak blijft staan, gaat het werk door. Uiteindelijk graven uitvoerders vlak naast een hogedrukgasleiding, zonder dat de grondroerder wist welke aanvullende maatregelen nodig waren. De opdrachtgever stelde de uitvoerder simpelweg niet in staat om veilig te werken.
Voorop in de keten
Volgens RDI ontstaat onnodig veel schade doordat opdrachtgevers hun invloed onderschatten. Daarom stelde het ministerie van Economische Zaken vorig jaar een beleidsregel op over zorgvuldig opdrachtgeverschap en trok RDI begin dit jaar het land in om die toe te lichten. Senior inspecteur Dick Broekhuizen van RDI: “Opdrachtgevers spelen een sleutelrol. Zij zitten voorop in de keten en bepalen of er veilig wordt gegraven. Toch hebben zij vaak nog onvoldoende oog voor die verantwoordelijkheid.”
Cijfers en incidenten
Het doel van de RDI is minder graafschades: “Al jarenlang gaat het ongeveer één op de achttien graafmeldingen fout. Laatst is iemand nog geëlektrocuteerd tijdens het verwijderen van een straatpot voor een tijdelijk verkeersbord. Dat is verschrikkelijk. We willen dat iedereen ’s avonds weer veilig naar huis kan. Dat kan alleen als het aantal schades fors daalt.” Voor Broekhuizen draait het om één vraag: “Is het goed gegaan, of is het goed gedaan? Te vaak gaat het net goed, maar is het zeker niet goed gedaan.”
WIBON roept vragen op
In de WIBON staat wat partijen moeten doen om graafschade te voorkomen. Die wet is uitgewerkt in de richtlijn CROW500. Toch leven er in de praktijk veel vragen: wie is eigenlijk opdrachtgever? Welke verplichtingen horen daarbij? En wat zijn de gevolgen als je je er niet aan houdt?
Om die onduidelijkheid weg te nemen, publiceerde het ministerie van Economische Zaken in het voorjaar van 2025 de nieuwe Beleidsregel Zorgvuldig Opdrachtgeverschap. Veel mensen denken dat de opdrachtgever automatisch de eerste partij in de keten is, maar dat hoeft niet zo te zijn. Iedereen die opdracht geeft tot graafwerkzaamheden kan opdrachtgever zijn - ook een partij die werk uitbesteedt aan een onderaannemer.
Waarom een beleidsregel?
De verplichting tot zorgvuldig opdrachtgeverschap stond al in de WIBON, maar is bewust als ‘open norm’ geformuleerd. Dat betekent dat de wet ruimte laat voor interpretatie. In de praktijk leidde dat tot onzekerheid bij opdrachtgevers en bij toezichthouders. Met de beleidsregel maakt RDI concreet wat de wet in de praktijk van opdrachtgevers verwacht. Er komen geen nieuwe verplichtingen bij, maar wel meer duidelijkheid over wat in ieder geval verwacht mag worden.
Wat betekent dit in de praktijk?
Kort gezegd: een duidelijke opdracht geven is niet genoeg. Zorgvuldig opdrachtgeverschap vraagt om voorbereiding én betrokkenheid tijdens de uitvoering.
Dat begint met voldoende tijd en budget om de ligging van kabels en leidingen te onderzoeken, risico’s in kaart te brengen en passende maatregelen vast te leggen. De opdrachtgever moet deze informatie actief overdragen aan de uitvoerende partij. Het maakt daarbij niet uit wie het werk uiteindelijk uitvoert: de opdrachtgever blijft verantwoordelijk!
Deze zorgplicht betekent dat de grondroerder beschikt over alle informatie, tijd en middelen om veilig te kunnen graven. Broekhuizen: “Het maakt ons niet uit hoe: op papier, met een Excel-sheet of via de C5P-app van het KLO.”
Ook tijdens de uitvoering moet de opdrachtgever in de gaten houden dat de grondroerder de afgesproken maatregelen daadwerkelijk uitvoert. Lukt dat niet, dan moet de opdrachtgever soms extra tijd en middelen vrijmaken. Kortom: zorgvuldig opdrachtgeverschap stopt niet bij het tekenen van het contract.
Machtsverhoudingen
Bij veel schades speelt ook de ongelijkheid tussen opdrachtgevers en grondroerders een rol. Grote opdrachtgevers bepalen vaak tempo en prijs, terwijl uitvoerders afhankelijk zijn van opdrachten in een concurrerende markt.
Die druk kan leiden tot tijdsgebrek, minder voorbereiding en extra risico’s op de werkvloer. Juist partijen met een sterke positie kunnen hier het verschil maken door ruimte te geven voor zorgvuldig werken.
Verwarring over ‘opdrachtgever’
Extra verwarrend is dat CROW 500 spreekt over een ‘initiatiefnemer’. Die term komt niet voor in de WIBON. In de praktijk is degene die het initiatief neemt ook opdrachtgever, maar dit geldt ook voor de eerste aannemer een deel van het werk uitbesteed. Broekhuizen licht toe: “Stel dat een gemeente een rotonde wil aanleggen. Dat maakt deze gemeente de eerste opdrachtgever in de keten, maar ook de initiator van het werk. Daaronder kunnen meerdere opdrachtgevers en opdrachtnemers hangen tot de grondroerder aan toe.
Te weinig én te veel bemoeienis
RDI ziet dat opdrachtgevers soms denken dat hun rol klaar is zodra het werk loopt. Dat klopt niet. Maar het omgekeerde gebeurt ook. Bij het verwijderen van een oude leiding was een opdrachtgever zelf aanwezig op de graaflocatie en gaf aanwijzingen. Op zijn verzoek werkte de grondroerder buiten het gebied van de graafmelding - op slechts drie meter van een 60 bar gasleiding. Voor RDI is dit een klassiek voorbeeld van hoe directe bemoeienis, zeker bij ongelijke verhoudingen, tot gevaarlijke situaties kan leiden.
Hogere boetes
Sinds vorig jaar is ook het boetebeleid van de RDI aangepast. Boetes zijn fors verhoogd. De hoogte hangt af van het overtreden artikel van de WIBON, maar er wordt ook gekeken naar de netto omzet van de overtreder, ernst en duur van de schade, herhaling en mate van verwijtbaarheid. Broekhuizen: “Hogere boetes waren nodig, maar liever zien we dat gedrag verandert.”
Organisatiebrede aandacht
Zorgvuldig opdrachtgeven is geen taak van alleen projectleiders of uitvoerders. Directies moeten hier actief op sturen. Verantwoordelijkheid kan niet worden weg-gecontracteerd. Alleen met een gedeelde visie en structurele aandacht voor veiligheid kan het aantal graafschades duurzaam omlaag.
RDI wil met deze aanpak het bewustzijn bij opdrachtgevers vergroten en blijft ook de komende jaren investeren in voorlichting en toezicht.
Meer informatie:

De bijeenkomsten van de RDI werden goedbezocht.

Dick Broekhuizen, sr. inspecteur RDI: "Is het goed gedaan of goed gegaan?"
Wat is zorgvuldig opdrachtgeverschap?Zorgvuldig opdrachtgeverschap hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar vraagt wel om bewuste keuzes in elke fase van het project: Bereid goed voor Deel alle relevante informatie Geef ruimte voor veilig werken Blijf betrokken tijdens de uitvoering |



